Erkenning waarde van duurzame productie met ‘ Thrue value’

De Agrofoodsector sorteert voor op een omslag naar waardering van de gehele productieketen. Waarom komt de structurele omslag naar duurzaam produceren zo moeizaam op gang?

 

Onze voedselproductie heeft effecten op bodemkwaliteit, water, klimaat en biodiversiteit. Ook dierenwelzijn en het landschap staan onder druk. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Daarmee wordt duidelijk dat het huidige systeem op termijn niet houdbaar is.

 

Waardering moet zich vertalen in het verdienmodel

Positieve en negatieve effecten van voedselproductie worden nauwelijks meegenomen in de productprijs. We zijn ervan doordrongen dat duurzame productie maatschappelijke waarde oplevert, maar de financiele prikkel blijft achter. Voor agrarisch ondernemers betekent dit dat investeren in duurzaamheid niet vanzelf leidt tot een beter verdienmodel. Met goede bedoelingen alleen redden de bedrijven het niet.

 

Het nieuwe credo: ‘True Value’ 

Het begrip ‘True Value’ krijgt steeds meer aandacht. Daarbij staat de werkelijke maatschappelijke waarde van voedsel centraal. Niet alleen de verborgen sociale en milieuschade (thrue pricing) telt, maar ook de sociale en ecologische kwaliteiten moeten meewegen (true value) in de totale waarde van het product. Duurzame productie moet niet alleen erkend, maar ook beloond worden.

 

Overheid kom in beweging!

‘Vrijwel alle grote spelers in de keten — van verwerkers tot retail — hebben zich gecommitteerd aan verduurzaming’, zegt Alex Datema, directeur Food & Agri Nederland bij Rabobank. ‘Rabobank stimuleert de verduurzaming eveneens met rentekorting en een transitiefonds van 3 miljard euro. Nu is het aan het kabinet om door te pakken met duidelijke, bindende doelen en voldoende middelen’,

 

BBM geeft inzicht

Met die doelsturing behoudt de ondernemer zijn bewegingsvrijheid. Biodiversiteitsmonitor-programma’s als BBM en BBA helpen de boer op weg om met Kritische Prestatie-Indicatoren (KPI’s) de eigen productieketen in beeld te krijgen. Van daaruit kun je effectieve stappen zetten.

Lees meer:

en

PatrijsParadijs Hilvarenbeek, tien jaar monitoren

Over PatrijsParadijs Hilvarenbeek schreven we al vaker. De monitoringsgegevens van tien jaar op rij stemmen ons nog niet zo blij, maar ook een aantoonbaar minder gunstige trend kan bijdragen aan maatregelen voor de toekomst.

Het project is opgezet als gebiedsgericht StiLa-project in een gebied van 800ha ten westen van Hilvarenbeek. Daar voelden patrijzen zich tot voor kort goed thuis en er was in 2026, ten tijde van de start nog een restpopulatie aanwezig.

Graadmeter voor natuur op het boerenland

De patrijs is een honkvaste boerenlandvogel, die niet alleen broedt in ons agrarisch gebied, maar er ook de winter doorbrengt. De biotoop moet dus jaarrond aan de bescheiden minimumeisen voor deze akkervogels voldoen. Voedsel, beschutting en nestgelegenheid. Weten we de omstandigheden te verbeteren, dan kan de populatie snel toenemen vanwege de grote nesten (tot 17 eieren) en in het kielzog profiteren andere soorten mee: haas, geelgors, gekraagde roodstaart, ringmus….

Trend

Wat waren we blij met de nieuwe landschapselementen die onze leden realiseerden. Er kwamen heggen, wintervoedselveldjes, kruidenrijke graslanden, ook oevers van De Roodloop werden voor de patrijs aangepast. De jaren 2016 t/m 2021 schoven we van 5 territoriale haantjes naar 13! Dan denk je al snel dat herstel gaat volgen, maar er zijn meer invloeden.

Ommekeer

Monitoren is manoeuvreren tussen hoop en tegenslag. Alleen met langjarige gegevens onder gelijke omstandigheden, kun je valide uitspraken doen. Waarom duikelden de waarnemingen vanaf 2021 in de vrije val? Die natte winter, dat koude voorjaar, die plotselinge late vorst? Loslopende katten en honden, kraaien? Of is het de voortschrijdende bebouwing waardoor onze waarnemingsroutes danig ingekort zijn? Daar moeten we het ook eens over hebben.

Resultaten in beeld

In onderstaande grafieken zien we de trend van ons PatrijsParadijs naast die in het voorbeeldgebied Oude Doorn. (Bron: InterRegproject Partridge)

 

PatrijsParadijs 2017 – 2026:

 

 

 

Onder: Oude Doorn, nabij maatregelen, buiten maatregelen, referentiegebied zonder maatregelen:                 

Ook in Oude Doorn zien we de patrijs (oranje band) niet echt floreren. We zien wel dat andere akkervogels toenemen, met name rond de zogenaamde maatregelen. Daarmee worden landschapselementen bedoeld. Buiten de maatregelen en in het referentiegebied Genderen, waar geen maatregelen zijn, zien we weinig groei. Als we hier iets uit kunnen concluderen dan is dat een pleidooi voor landschapselementen.

Kansen met landschapselementen

Duidelijk is dat we er nog niet zijn met ons PatrijsParadijs. De waarnemingen zijn steevast in de buurt van de voedselveldjes en De Roodloop.  Precies daar waar voedsel en beschutting is. Zaden en granen om de winter door te komen, in het voorjaar bloeiende kruiden met de insecten die nodig zijn om de jongen mee te voeden. Struweel om je te verschuilen en een nestje te bouwen. Randjes, bermen, overhoeken, struweel…..voor een patrijs maken die het verschil.

StiLa budget kan bijna overal op Boerenland helpen

Natuur op onze kostbare landbouwgronden, dat is een maatschappelijk belang. Gelukkig zijn er overal mogelijkheden voor een tegemoetkoming uit ANLb, StiLa en Waterschapsgelden om de grondeigenaar te compenseren. Dat die vergoeding concurrerend moet zijn en langjarig verzekerd, dat kunnen we niet genoeg benadrukken.

Meer weten: info@anvkempenland.nl

Leden aan het woord: Over horens en halsbanden*

Wij bezochten boerderij De Regte Heijden te Riel op een druilerige vrijdag. Rijd je het erf van de familie van Roesel op, dan voel je al direct dat het hier anders gaat. Een tuintje met picknickplaats voor de vermoeide wandelaar. De boerderijwinkel verwelkomt je op vrijdag en zaterdag, het ruikt er naar…. specerijen en men kent er de klanten. Aan het assortiment in de winkel is zorg besteed en de ruimte wordt steeds beter benut. Ook hier is groei, maar alles op zijn tijd. We gaan in gesprek met Wim en Gert, Harriëtte sluit af en toe aan.

 

Wat zegt de naam ‘De Regte Heijden’ over jullie bedrijf?

In de naam herken je de verbinding met het natuurgebied en met de mensen van hier. De familie van der Heijden (Harriette) is hier geworteld. Het bedrijf is voortaan biodynamisch en dat vraagt om keuzes. “Voor ons niet echt een probleem,” zegt Wim, “want het sluit aan bij hoe wij denken en werken. De boerderij weer midden in de gemeenschap. Kwaliteit boven kwantiteit. Dierenwelzijn voorop. Al onze runderen zijn echt grasgevoerd, nadruk op echt, ze lopen jaarrond buiten en ze hebben horens, want die hebben ze nodig.”

 

Krijg je de kringloop gesloten?

“De grootste puzzel is om volledig in eigen voer te voorzien.” Grond is dus weer het knelpunt. Sinds jaar en dag lopen jongvee en droogstaande koeien op natuurgronden van Brabants Landschap. De regie is best een zorg. Wandelaars, honden en afrasteringen komen wel eens in conflict met de runderen.

 

Maar de familie is vindingrijk! Dochter Lina zette ons met haar nieuwsbrief op het spoor voor dit interview. Dochter Rian en Harriëtte zelf zijn druk met de winkel. Daarbij ze kunnen rekenen op de hulp van participanten: het ’Klantenkollektief van De Regte Heijden’. Zoon Gert besloot met zijn opleiding als werktuigbouwkundige toch in het bedrijf te komen. Daar komen nu de oplossingen vandaan.

 

Techniek gaat jullie helpen?

“Wij zien de koeien als onze werknemers en daar moet je goed voor zorgen”, zo stelt Gert, “dus creëren wij zoveel mogelijk de omstandigheden voor natuurlijk gedrag. Dat zag je al aan de familiekudde en de gehoornde dieren. Kalfjes worden door hun moeder opgevoed, zo leren ze omgaan met wilde planten. Maar de geleiding van de grazers in de natuurgebieden kan veel beter. De dieren zijn door de rasters beperkt in hun beweging waardoor ze niet altijd in staat zijn om conflicten te vermijden. Het wisselen van weidegronden veroorzaakt bovendien stress bij de dieren.”

 

Kijk, daar had Lina het dus over in haar nieuwsbrief: de halsband! Om te beginnen zijn de buitengrenzen van de weidegronden via de satelliet ingevoerd en er zijn een veertigtal koeienhalsbanden met zendertjes aangeschaft. Gert en Wim toveren beiden een Googlemapsbeeld tevoorschijn op hun telefoon met de contouren van het actuele weidegebied. We zijn realtime getuige van de positie van de dieren. Een uitbreker is voortaan direct getraceerd!

Glinsterende ogen nu: “De mogelijkheden zijn fascinerend. We kunnen delen van de weide op onze smartphone openzetten of afsluiten zonder dat we de runderen hoeven op te jagen, in te laden, rasters verplaatsen…”

 

Hoe dan?

Koeien leren snel. Met pieptoontjes in hun zender worden ze gewaarschuwd dat ze verboden terrein naderen. De signalen worden sterker naarmate ze dichter bij de ingestelde grens komen. Eenmaal geleerd kennen ze het kunstje. Zo worden ze geleidelijk verkast om de graasdruk te verspreiden. Het beheer van de kudde lijkt er veel eenvoudiger mee te worden. De heren hebben er zichtbaar plezier in, maar het boerenoog blijft altijd nodig.

Meer weten: www.deregteheijden.nl

   

Afb: Natuurbegrazing met halsbandzenders maakt systematisch beheer mogelijk  (Foto’s: De Regte Heijden))

 

Brabant zet boekweit opnieuw op de kaart

Boekweit is terug in Brabant. Waar het gewas vroeger vijf eeuwen lang hét beeld bepaalde van de zandgronden, verdween het rond 1900 bijna volledig uit Nederland. Nu groeit de belangstelling weer snel: boekweit past perfect bij de huidige landbouwtransitie.

Het gewas vraagt nauwelijks bemesting, heeft geen gewasbeschermingsmiddelen nodig, onderdrukt onkruid, trekt massaal insecten aan en levert bovendien een redelijk saldo op. En niet onbelangrijk: Nederland importeert jaarlijks voor 60–70 miljoen euro aan gepelde boekweit. Daar ligt dus een duidelijke kans voor de Brabantse boer.

 

Twee lijnen

In 2024 is een eerste stap gezet. Binnen een samenwerking van De Beersche Hoeve, de Boekweitcoöperatie en Coöperatie Odin is het Brabantse boekweitaandeel opnieuw in beweging gebracht. Twee lijnen staan daarbij centraal: de veredeling van het landras Brabantse Grijze Zandboekweit en de regionale vermeerdering van het ras Drushina.

 

Brabantse Grijze zandboekweit: een oud landras krijgt toekomst

De Brabantse Grijze Zandboekweit is een historisch gewas dat eeuwenlang het standaardras was op de droge zandgronden. Het zaad is opvallend klein, glad en grijs van kleur. In 2024 is het oude uitgangsmateriaal opgeschoond en voor het eerst opnieuw gezaaid. Daarbij bleek dat het ras, ondanks jarenlange verwaarlozing opvallend veel groeikracht heeft en qua opbrengst niet onderdoet voor moderne rassen. De planten worden wel hoger en groeien vegetatiever, maar zetten goed zaad en tonen een sterke vitaliteit.

 

Selectie

Tegelijkertijd is duidelijk dat het ras nog doorontwikkeld moet worden voordat het aantrekkelijk én uniform genoeg is voor moderne akkerbouw. Daarom is in 2025 gestart met een populatieveredelingsprogramma. Op De Beersche Hoeve worden selectiestroken aangelegd waarin wordt geselecteerd op o.a.:

  • Snellere en gelijkmatigere afrijping
  • Optimale bloeicyclus en efficiëntere zaadzetting
  • Uniformiteit
  • Afwezigheid van vervuiling met F. tataricum

 

Registratie

Daarnaast lopen er dit jaar rassenvergelijkingen met tien internationale referentierassen om alle eigenschappen goed te documenteren. Die gegevens zijn nodig voor een officiële ras-aanmelding bij het CPVO, waarmee de Brabantse Grijze zandboekweit het eerste Nederlandse geregistreerde boekweit ras moet worden.

 

Aantrekkelijk gewas

Boeren die al vaker boekweit hebben geteeld noemen vooral deze voordelen:

  • Lage teeltkosten: geen kunstmest, geen bestrijdingsmiddelen
  • Goede opbrengsten bij droogte
  • Goede markt door vervanging van importboekweit
  • Sterke rol in biodiversiteit (veel insecten, hoge ecologische waarde).

Met een opbrengst van 1,8–2,5 ton/ha en een afzetprijs van €1/kg (bio) en €0,75/kg (gangbaar) voor boekweit kan boekweit in veel rotaties een aantrekkelijk rustgewas zijn.

 

Brabantse Grijze als Streekproduct

Met voldoende selectie en vermeerdering kan de Brabantse Grijze vanaf 2027–2028 als volwaardig teeltras beschikbaar komen. Daarmee ontstaat een uniek streekproduct, met potentie voor bakkers, molenaars, horeca en korte ketens.

 

Teeltbegeleiding

Omdat de Brabantse Grijze nog niet commercieel beschikbaar is, wordt tegelijkertijd ingezet op het huidige standaardras Drushina. Dat ras presteert goed, heeft een redelijk uniforme afrijping en laat zich makkelijk oogsten. De vraag naar Nederlandse boekweit groeit, maar zaad wordt nog grotendeels geïmporteerd. Daarom werkt het project aan een regionaal netwerk van Brabantse telers die Drushina-vermeerdering op zich nemen.

  • In 2026 wordt gestart met ongeveer 15 ha Drushina bij Brabantse bedrijven. In 2027 moet dat doorgroeien naar circa 30 ha en in 2028 richting 75 ha.
  • Boeren krijgen begeleiding rond teelt, oogst en schoning, en kunnen deelnemen aan open velddagen waar ervaringen worden uitgewisseld.

 

Samen bouwen aan een nieuwe Brabantse teelt

Het uiteindelijke doel is duidelijk: Brabant weer als boekweitprovincie op de kaart zetten. Niet nostalgisch, maar toekomstgericht. De sector werkt toe naar:

  • een eigen Brabants ras dat past bij de zandgronden
  • een regionale teeltketen van zaad, teelt, schoning en verwerking
  • nieuwe streekproducten zoals (pannenkoeken)meel, grutten, balkenbrij, bier en honing
  • een stevig areaal van minimaal 75 ha in 2028 en verdere groei daarna

Boeren die willen instappen, klein of groot, zijn welkom. Het gewas past uitstekend in biologische én gangbare rotaties, is robuust, biodivers en economisch interessant. En het levert velden op die, zoals Van Gogh al schreef, “heerlijk wit in bloei staan”.

 

Voor meer informatie kan je een email sturen naar info@debeerschehoeve.nl

* Artikel aangereikt door Teun Luijten

        

Herkenbaar hoekig zaad, zaailing en bloeiende plant, boekweit in verschillende stadia (Foto’s: De Beersche Hoeve)