Basiskwaliteit Natuur (BKN)

Basiskwaliteit Natuur (BKN)

Al eens gehoord van BKN? Grote kans dat dat binnen niet al te lange tijd gaat gebeuren.

Het idee is dat gewone soorten op het platteland en in het stedelijk gebied kunnen overleven als de basiscondities op orde zijn. De merel zeg maar, en de mus. Geen hoogdravende doelsoorten met ingewikkelde eisen, maar per landschapstype een minimumcriterium. Wat is er? Wat zou er kunnen zijn, hoe kan het aangeheeld worden?

Aansluiten bij wat er is

Daaruit wordt een inrichtingsstrategie ontwikkeld die als advies dient bij ruimtelijke ontwikkelingen. Kerngedachte: Als de basiskwaliteit op orde is, dan volgen de soorten die er thuishoren vanzelf: alles wat wortelt, groeit, graaft, kruipt en vliegt. Veel ontwikkelingen dragen al bij, de Groenblauwe dooradering (GBDA) bijvoorbeeld.

Alliantie BKN

Rond Goirle, Oisterwijk, Hilvarenbeek en Tilburg loopt al enige tijd een pilot. Onlangs is samenwerking in de alliantie BKN bekrachtigd en ondertekend door 16 partijen, waaronder ANV Kempenland. Onze inbreng richt zich op de verbinding met de ondernemers in het gebied.

Erkenning en beloning

Zo geven we onze inbreng aan de voorkant. In de Alliantie moeten grondeigenaren nog beter vertegenwoordigd: het is werk in wording. Tegenover een dienst voor de natuur moet voor de ondernemer erkenning en beloning staan, zo schrijft de Alliantie.

Kracht in de bottom-up aanpak

Op termijn gaan alle Nederlandse gemeenten werken aan Basiskwaliteit Natuur: landelijke en

Europese regelgeving vragen om dekkende resultaten. Brabant is er in deze gemeenten

vroeg bij en heeft daardoor tijd en ruimte om een eigen aanpak te ontwikkelen, uitgaand

van een ‘Goed Gesprek’ dat start bij de verhalen in het gebied en de kijk en de belangen van

wie er wonen en werken.

PatrijsParadijs Hilvarenbeek, tien jaar monitoren

Over PatrijsParadijs Hilvarenbeek schreven we al vaker. De monitoringsgegevens van tien jaar op rij stemmen ons nog niet zo blij, maar ook een aantoonbaar minder gunstige trend kan bijdragen aan maatregelen voor de toekomst.

Het project is opgezet als gebiedsgericht StiLa-project in een gebied van 800ha ten westen van Hilvarenbeek. Daar voelden patrijzen zich tot voor kort goed thuis en er was in 2026, ten tijde van de start nog een restpopulatie aanwezig.

Graadmeter voor natuur op het boerenland

De patrijs is een honkvaste boerenlandvogel, die niet alleen broedt in ons agrarisch gebied, maar er ook de winter doorbrengt. De biotoop moet dus jaarrond aan de bescheiden minimumeisen voor deze akkervogels voldoen. Voedsel, beschutting en nestgelegenheid. Weten we de omstandigheden te verbeteren, dan kan de populatie snel toenemen vanwege de grote nesten (tot 17 eieren) en in het kielzog profiteren andere soorten mee: haas, geelgors, gekraagde roodstaart, ringmus….

Trend

Wat waren we blij met de nieuwe landschapselementen die onze leden realiseerden. Er kwamen heggen, wintervoedselveldjes, kruidenrijke graslanden, ook oevers van De Roodloop werden voor de patrijs aangepast. De jaren 2016 t/m 2021 schoven we van 5 territoriale haantjes naar 13! Dan denk je al snel dat herstel gaat volgen, maar er zijn meer invloeden.

Ommekeer

Monitoren is manoeuvreren tussen hoop en tegenslag. Alleen met langjarige gegevens onder gelijke omstandigheden, kun je valide uitspraken doen. Waarom duikelden de waarnemingen vanaf 2021 in de vrije val? Die natte winter, dat koude voorjaar, die plotselinge late vorst? Loslopende katten en honden, kraaien? Of is het de voortschrijdende bebouwing waardoor onze waarnemingsroutes danig ingekort zijn? Daar moeten we het ook eens over hebben.

Resultaten in beeld

In onderstaande grafieken zien we de trend van ons PatrijsParadijs naast die in het voorbeeldgebied Oude Doorn. (Bron: InterRegproject Partridge)

 

PatrijsParadijs 2017 – 2026:

 

 

 

Onder: Oude Doorn, nabij maatregelen, buiten maatregelen, referentiegebied zonder maatregelen:                 

Ook in Oude Doorn zien we de patrijs (oranje band) niet echt floreren. We zien wel dat andere akkervogels toenemen, met name rond de zogenaamde maatregelen. Daarmee worden landschapselementen bedoeld. Buiten de maatregelen en in het referentiegebied Genderen, waar geen maatregelen zijn, zien we weinig groei. Als we hier iets uit kunnen concluderen dan is dat een pleidooi voor landschapselementen.

Kansen met landschapselementen

Duidelijk is dat we er nog niet zijn met ons PatrijsParadijs. De waarnemingen zijn steevast in de buurt van de voedselveldjes en De Roodloop.  Precies daar waar voedsel en beschutting is. Zaden en granen om de winter door te komen, in het voorjaar bloeiende kruiden met de insecten die nodig zijn om de jongen mee te voeden. Struweel om je te verschuilen en een nestje te bouwen. Randjes, bermen, overhoeken, struweel…..voor een patrijs maken die het verschil.

StiLa budget kan bijna overal op Boerenland helpen

Natuur op onze kostbare landbouwgronden, dat is een maatschappelijk belang. Gelukkig zijn er overal mogelijkheden voor een tegemoetkoming uit ANLb, StiLa en Waterschapsgelden om de grondeigenaar te compenseren. Dat die vergoeding concurrerend moet zijn en langjarig verzekerd, dat kunnen we niet genoeg benadrukken.

Meer weten: info@anvkempenland.nl

Onderscheiding familie Linschoten

Wij wisten natuurlijk allang dat de familie Linschoten hun bijzondere bedrijf voert, met ontzag voor natuur en met grote toewijding en vindingrijkheid. Bang om uit de pas te lopen zijn ze niet.

 

Dat is geen gemakkelijke keuze. Daar heb je visie voor nodig en creativiteit en vertrouwen. Dat rotsvaste vertrouwen in de toekomst en dat het anders kan, dat hebben Frank en Yvonne op de jeugd overgebracht. En het wordt gezien!

 

Corné Linschoten en Shannon Tempels

 

zijn ter gelegenheid van het Symposium Biodiversiteit & Leefgebieden

op 3 december te ‘s Hertogenbosch

 onderscheiden als beheerder van het jaar 2025

 

Van harte proficiat!

 

 

Brabant zet boekweit opnieuw op de kaart

Boekweit is terug in Brabant. Waar het gewas vroeger vijf eeuwen lang hét beeld bepaalde van de zandgronden, verdween het rond 1900 bijna volledig uit Nederland. Nu groeit de belangstelling weer snel: boekweit past perfect bij de huidige landbouwtransitie.

Het gewas vraagt nauwelijks bemesting, heeft geen gewasbeschermingsmiddelen nodig, onderdrukt onkruid, trekt massaal insecten aan en levert bovendien een redelijk saldo op. En niet onbelangrijk: Nederland importeert jaarlijks voor 60–70 miljoen euro aan gepelde boekweit. Daar ligt dus een duidelijke kans voor de Brabantse boer.

 

Twee lijnen

In 2024 is een eerste stap gezet. Binnen een samenwerking van De Beersche Hoeve, de Boekweitcoöperatie en Coöperatie Odin is het Brabantse boekweitaandeel opnieuw in beweging gebracht. Twee lijnen staan daarbij centraal: de veredeling van het landras Brabantse Grijze Zandboekweit en de regionale vermeerdering van het ras Drushina.

 

Brabantse Grijze zandboekweit: een oud landras krijgt toekomst

De Brabantse Grijze Zandboekweit is een historisch gewas dat eeuwenlang het standaardras was op de droge zandgronden. Het zaad is opvallend klein, glad en grijs van kleur. In 2024 is het oude uitgangsmateriaal opgeschoond en voor het eerst opnieuw gezaaid. Daarbij bleek dat het ras, ondanks jarenlange verwaarlozing opvallend veel groeikracht heeft en qua opbrengst niet onderdoet voor moderne rassen. De planten worden wel hoger en groeien vegetatiever, maar zetten goed zaad en tonen een sterke vitaliteit.

 

Selectie

Tegelijkertijd is duidelijk dat het ras nog doorontwikkeld moet worden voordat het aantrekkelijk én uniform genoeg is voor moderne akkerbouw. Daarom is in 2025 gestart met een populatieveredelingsprogramma. Op De Beersche Hoeve worden selectiestroken aangelegd waarin wordt geselecteerd op o.a.:

  • Snellere en gelijkmatigere afrijping
  • Optimale bloeicyclus en efficiëntere zaadzetting
  • Uniformiteit
  • Afwezigheid van vervuiling met F. tataricum

 

Registratie

Daarnaast lopen er dit jaar rassenvergelijkingen met tien internationale referentierassen om alle eigenschappen goed te documenteren. Die gegevens zijn nodig voor een officiële ras-aanmelding bij het CPVO, waarmee de Brabantse Grijze zandboekweit het eerste Nederlandse geregistreerde boekweit ras moet worden.

 

Aantrekkelijk gewas

Boeren die al vaker boekweit hebben geteeld noemen vooral deze voordelen:

  • Lage teeltkosten: geen kunstmest, geen bestrijdingsmiddelen
  • Goede opbrengsten bij droogte
  • Goede markt door vervanging van importboekweit
  • Sterke rol in biodiversiteit (veel insecten, hoge ecologische waarde).

Met een opbrengst van 1,8–2,5 ton/ha en een afzetprijs van €1/kg (bio) en €0,75/kg (gangbaar) voor boekweit kan boekweit in veel rotaties een aantrekkelijk rustgewas zijn.

 

Brabantse Grijze als Streekproduct

Met voldoende selectie en vermeerdering kan de Brabantse Grijze vanaf 2027–2028 als volwaardig teeltras beschikbaar komen. Daarmee ontstaat een uniek streekproduct, met potentie voor bakkers, molenaars, horeca en korte ketens.

 

Teeltbegeleiding

Omdat de Brabantse Grijze nog niet commercieel beschikbaar is, wordt tegelijkertijd ingezet op het huidige standaardras Drushina. Dat ras presteert goed, heeft een redelijk uniforme afrijping en laat zich makkelijk oogsten. De vraag naar Nederlandse boekweit groeit, maar zaad wordt nog grotendeels geïmporteerd. Daarom werkt het project aan een regionaal netwerk van Brabantse telers die Drushina-vermeerdering op zich nemen.

  • In 2026 wordt gestart met ongeveer 15 ha Drushina bij Brabantse bedrijven. In 2027 moet dat doorgroeien naar circa 30 ha en in 2028 richting 75 ha.
  • Boeren krijgen begeleiding rond teelt, oogst en schoning, en kunnen deelnemen aan open velddagen waar ervaringen worden uitgewisseld.

 

Samen bouwen aan een nieuwe Brabantse teelt

Het uiteindelijke doel is duidelijk: Brabant weer als boekweitprovincie op de kaart zetten. Niet nostalgisch, maar toekomstgericht. De sector werkt toe naar:

  • een eigen Brabants ras dat past bij de zandgronden
  • een regionale teeltketen van zaad, teelt, schoning en verwerking
  • nieuwe streekproducten zoals (pannenkoeken)meel, grutten, balkenbrij, bier en honing
  • een stevig areaal van minimaal 75 ha in 2028 en verdere groei daarna

Boeren die willen instappen, klein of groot, zijn welkom. Het gewas past uitstekend in biologische én gangbare rotaties, is robuust, biodivers en economisch interessant. En het levert velden op die, zoals Van Gogh al schreef, “heerlijk wit in bloei staan”.

 

Voor meer informatie kan je een email sturen naar info@debeerschehoeve.nl

* Artikel aangereikt door Teun Luijten

        

Herkenbaar hoekig zaad, zaailing en bloeiende plant, boekweit in verschillende stadia (Foto’s: De Beersche Hoeve)

Bijen-Bufferstroken in 2026 ook in het Van Gogh Nationaal Park!

Na het grote succes van de afgelopen jaren in West-Brabant, kunnen volgend jaar ook agrariërs uit het gebied van het Van Gogh Nationaal Park (VGNP) Bijen Bufferstroken aanleggen. Daarmee groeit het project uit tot een initiatief dat écht verschil maakt voor de biodiversiteit in Brabant.

 

Wat is een bijen-bufferstrook?

Met een meerjarig inheems bloemenzaadmengsel, dat speciaal is samengesteld voor Bijen en Bestuivers, maar ook voor het gewas, kan de verplichte bufferstrook een bloeiend lint vol leven worden.

 

Waarom is de inzet voor bestuivers zo belangrijk

Wilde bijen en andere bestuivers zijn onmisbaar voor onze voedselvoorziening en biodiversiteit. Meer dan 75% van onze voedselgewassen is afhankelijk van bestuiving. Voor wilde planten in de natuur is dat zelfs meer dan 85%. Omdat insecten aan de basis van de voedselketen staan zijn ze ook voor de biodiversiteit van kardinaal belang.

 

194 km!!!

Helaas nemen de aantallen bestuivers al decennia af door o.a. verlies aan leefgebied. Daarom zet Bijenlandschap West-Brabant zich sinds 2018 actief in om bestuivers te helpen. Meer dan 40 organisaties – waaronder overheden, bedrijven, onderwijsinstellingen, agrariërs, Brabants Landschap en natuurverenigingen – werken samen aan een bij vriendelijker West-Brabant.

In 2024 werd in West-Brabant al voor 154 kilometer aan bloemenzaden verstrekt en in 2025 zelfs voor 194 kilometer. Een prachtige groei. Hopelijk kunnen we dit in 2026 verdubbelen!

 

Natuurlijke plaagbestrijding

Bij de samenstelling van het mengsel is zorgvuldig gekeken naar planten die aantrekkelijk zijn voor bijen en bestuivers. Maar men keek ook naar de bijdrage aan natuurlijke plaagbestrijding in het gewas ernaast. Het mengsel mag natuurlijk geen waardplanten van ziekten bevatten. Met bijenbufferstroken helpen we bijen en bestuivers én we versterken het landschap. Samen zorgen we voor meer kleur, meer natuur en meer bijen in Brabant.

 

Afstemming op verschillende teelten.

Met Bijen Bufferstroken ontstaat een voedselrijke omgeving waarin bijen en andere bestuivers zich kunnen voeden en voortplanten. Dat is goed voor de natuur én gunstig voor de agrarische sector.

Er zijn vijf verschillende bloemenmengsels ontwikkeld. Voor melkveehouders is het mengsel voor de maïsteelt interessant maar ook voor ander bouwland zijn er mengsels:

  • fruitteelt
  • boomkwekerij
  • akkerbouw zonder peulvruchten
  • akkerbouw met peulvruchten
  • maïsteelt

 

Doe mee in 2026!

Voor agrarische bedrijven in West-Brabant en het Van Gogh Nationaal Park zijn de bloemenmengsels ook in 2026 kosteloos beschikbaar, dankzij bijdragen van de Provincie Noord-Brabant, Rabobank en Waterschappen.

 

Aanmelden kan vanaf half januari 2026 via www.bijenlandschapwestbrabant.nl.

Let op: er is een beperkte hoeveelheid bloemenmengsels beschikbaar – dus meldt u tijdig aan!

 

Kruidenrijk gras voor het voerhek (foto: Yvonne van Spreuwel-Meijer)

Experimenteren en combineren met Gijs

Hij houdt wel van een beetje pionieren en dan met kennis en vaardigheden een nieuwe teelt tot een succes brengen.

Gijs stuurde in mei dit gave filmpje in. Wintergerst met paarse wintererwten mei 2025.

Kijk zelf maar of dit een succes gaat worden. Mooi is het filmpje van Gijs in elk geval wel!

Heb jij ook leuke beelden voor de nieuwsbrief? Stuur ze naar info@anvkempenland.nl

 

 

EVZ: iets voor u?

Een EVZ (ecologische Verbindingszone) draagt bij aan biodiversiteit, maar ze kan ook economisch interessant zijn voor agrarische bedrijven. Met een EVZ kan uw bedrijf invulling geven aan verschillende regelgeving en keurmerken:

  • De verplichte bufferstroken uit het 7e actieprogramma Nitraat
  • Extra punten voor ecoregelingen vanuit het GLB met groenblauwe dooradering
  • Draagt bij aan de eisen van keurmerken zoals On the Way to PlanetProof, Beter voor Koe, Natuur en Boer en SKAL.
  • Kruidenrijk hooi of strooisel uit de EVZ kan ingezet worden voor uw bedrijfsvoering

Wilt u de mogelijkheden van een EVZ verkennen?

Wandelen met De Runboeren, een fotoverslag

We kennen onze boerenbeheerders van EVZ De Run inmiddels wel. Deze natuurstrook wordt gewaardeerd door wandelaars en passanten, maar hoe staat het met de natuurontwikkeling?  Tijd voor een eerste inventarisatie!

EVZ (ecologische verbindingszone) De Run is aangelegd langs de oever van het beekje, voor de migratie van soorten van de Cartierheide naar het Dommeldal en andersom. Nu, zes jaar na de aanleg, is het omvormingsproces van landbouwgrond naar natuur, tot rust gekomen. Onze veldcoordinator, Nelis Klaasen, neemt voortaan de ecologische begeleiding op zich. WE willen weten of het beheer effect heeft. We vroegen  IVN Veldhoven-Eersel-Vessem om hulp. Een aantal vrijwilligers pakte deze klus op en besteedde maar liefst 127 mensuren aan de opname van planten en vogels in EVZ De Run in de zomer van 2024.

IVN-rapport verrast!
Op tweede pinksterdag overhandigde Gerard Lijten, secretaris van IVN-VEV het rapport van de Planten- en Vogelinventarisatie EVZ De Run aan de voorzitter van ANV Kempenland, Monique Leesberg. Gerard bekende dat zijn verwachtingen over deze EVZ flink overtroffen zijn. Met 3,5 km lengte en gemiddeld 25m breedte, gaat het om een beperkt element. Maar met de gevarieerde kruidenvegetatie, bosjes, plasdras, een zestal poelen en de stroom zelf, is het toch om een aantrekkelijk element geworden.

Mooie resultaten
Ondanks de slechte zomer waren de vrijwilligers van IVN verrast over de scores. Ze troffen veel meer soorten planten (197) en vogels (36, waaronder 15 broedvogels) dan verwacht. Er zijn zeldzame soorten bij, als spotvogel, bosrietzanger, tuinfluiter, kneu. Onlangs is nog de kleine karekiet waargenomen. Dit jaar zal Ruud van Cuijk de amfibieën en insecten monitoren.

Poelentocht
Aan de jaarlijkse publiekswandeling door de EVZ werd dit jaar een thema geknoopt. Na zes jaren komt immers het periodiek beheer van de poelen om de hoek kijken. Bewoners en geïnteresseerden werden uitgenodigd om mee te wandelen met de deskundigen van IVN, Waterschap De Dommel en Weidevogelvereniging Reusel De Mierden. Zij vertelden elk vanuit hun eigen gezichtspunt over de waarde van een poel. Hun aandachtspunten zijn verschillend, maar elk van de drie poelen kreeg een dikke voldoende. We telden zo’n 40 deelnemers.

Proefjes, schepnetjes en cuvetjes
De heren van IVN en van Weidevogelvereniging Reusel-De Mierden (Ruud van Cuijk) brachten schepnetjes en cuvetjes mee om het wat concreter te maken. Dat is natuurlijk altijd pret, zeker voor de kinderen. Iris van der Laan van Waterschap De Dommel liet zien hoe eenvoudige metingen van waterkwaliteit eruitzien. Zij was tevreden over de geleidingswaarde: 4,8 en ook de pH die ze aflas: 6,8: dat is in orde.

Een ijsje toe
Om de gunstige resultaten van dit samenwerkingsproject tussen de gemeenten Bergeijk en Eersel, de boeren, IVN, de weidevogelvereniging en ANV Kempenland te vieren, trracteerden de gemeenten op een ijsje in de ijssalon van een van de boerenbeheerder, die ook een wandelpad over boerenland aanlegde.

Afb: Samen met Gerard scheppen in de poel

Afb: De wandelaars bekijken de variatie in de vegetatie

Afb: Nou wil ik wel eens weten wat er nu echt leeft onder de waterspiegel?

Afb: Het laatste traject was een evenwichtsoefening

Afb: Met Karel als noeste hekkensluiter komt iedereen veilig thuis. (Foto’s: N. Klaasen)

Het wandelroutekaartje